De volgende AI revolutie zit misschien niet in je telefoon, maar voor je ogen
AI kennen we tot nu toe als iets waar je naartoe gaat: je opent een app en typt een vraag. Dat model gaat schuiven. Over slimme brillen, ambient AI, en de vraag die veel lastiger is dan de techniek.

We hebben AI de afgelopen jaren vooral leren kennen als iets waar je naartoe gaat. Je opent een app, typt een vraag, uploadt een foto of start een gesprek.
Dat model gaat veranderen.
De volgende stap is AI die niet alleen antwoord geeft op wat je invoert, maar die begrijpt waar je bent, waar je naar kijkt en wat er om je heen gebeurt. En juist daarom zijn slimme brillen ineens veel interessanter dan een paar jaar geleden.
Niet omdat we allemaal dringend behoefte hebben aan nóg een apparaat. Integendeel. De doorbraak kan juist komen doordat het apparaat steeds minder als technologie voelt.
Van scherm naar omgeving
Een smartphone weet veel van je, maar ziet de wereld meestal pas wanneer jij bewust de camera opent.
Een bril heeft een totaal andere positie. Die kijkt letterlijk met je mee.
Stel dat je tijdens een wandeling naar een gebouw kijkt en vraagt wat daar vroeger zat. Je ziet een ingewikkelde machine en krijgt uitleg terwijl je ernaar kijkt. Tijdens een gesprek onthoudt AI welke afspraken zijn gemaakt. In het buitenland wordt een gesprek vertaald. Tijdens het koken hoef je niet meer met vieze handen op een scherm te tikken. En tijdens je werk kan AI herkennen waar je mee bezig bent en precies op dat moment relevante informatie geven.
Daarmee verandert AI van een programma dat je gebruikt in een laag over de werkelijkheid.
Dat vind ik veel fundamenteler dan de zoveelste verbetering van een chatbot.

De cijfers beginnen die richting inmiddels ook te ondersteunen
Slimme brillen waren jarenlang vooral een technologiebelofte. Inmiddels groeit de categorie opmerkelijk snel.
Onderzoeksbureau IDC rapporteerde over het eerste kwartaal van 2026 een groei van 167 procent voor slimme brillen zonder beeldscherm. Alleen al in dat kwartaal werden ongeveer 2,25 miljoen exemplaren geleverd. Voor heel 2026 wordt inmiddels gerekend op ongeveer 13,6 miljoen stuks.
Andere marktmetingen komen op andere absolute aantallen uit, maar laten dezelfde beweging zien: AI brillen zijn binnen draagbare technologie een van de snelst groeiende categorieën.
Dat betekent nog niet dat de smartphone morgen verdwijnt. Dat gebeurde met de laptop tenslotte ook niet toen de smartphone kwam.
Wel kan zijn monopolie verdwijnen.
AI heeft ogen en oren nodig
Er zit een simpele reden achter deze ontwikkeling.
Hoe slimmer AI wordt, hoe irritanter het wordt om voortdurend uit te leggen wat er aan de hand is.
Wat is dit voor apparaat?
Maar dan moet je eerst een foto maken.
Wat zei die man net over de deadline?
Maar dan moet het gesprek ergens zijn vastgelegd.
Waar moet ik hier naar links?
Maar de AI moet eerst weten waar je bent en welke kant je op kijkt.
Context is de ontbrekende schakel.
Een camera, microfoon, locatie en uiteindelijk misschien een klein beeldscherm voor je ogen geven AI precies die context.
En dan wordt een bril ineens logisch.
Voor video is dit misschien nog interessanter
We zijn gewend dat filmen een bewuste handeling is. Je haalt een camera of telefoon tevoorschijn, richt hem ergens op en drukt op opnemen.
Bij draagbare camera’s verdwijnt een deel van die handeling. Dat heeft enorme gevolgen voor video.
Een systeem kan bijvoorbeeld automatisch interessante momenten herkennen, achteraf een samenvatting maken, shots selecteren, gesproken tekst uitschrijven, onderwerpen herkennen en materiaal monteren tot een korte video.
De camera wordt dan niet alleen een apparaat waarmee je registreert. Hij wordt onderdeel van een AI die kijkt, selecteert en interpreteert.
Dat opent prachtige mogelijkheden voor journalistiek, training, verslaglegging, onderhoud, onderwijs, evenementen en persoonlijke herinneringen.
Maar precies daar ontstaat ook het grootste probleem.
Want wie bepaalt wanneer er gefilmd wordt?

Technisch gezien worden deze brillen steeds interessanter. Sociaal gezien zijn we er nog lang niet uit.
Als iemand tijdens een gesprek een telefoon op tafel legt, kun je redelijk inschatten of je wordt gefilmd. Bij een gewoon ogende bril wordt dat veel moeilijker.
Dat probleem is niet theoretisch. In 2026 leidde het gebruik van slimme brillen al tot nieuwe beperkingen op plekken waar heimelijk opnemen serieuze gevolgen heeft. De rechtbanken in de staat New York verbieden sinds juli 2026 elke bril met een camera of microfoon in het gebouw, in ruim 1.200 rechtbanken tegelijk. Bioscopen, congressen en werkgevers volgden met eigen regels.
En straks gaat het niet alleen over opnemen.
- Wat gebeurt er wanneer AI gezichten kan herkennen?
- Wanneer iemand tijdens een gesprek automatisch informatie over jou krijgt?
- Wanneer gesprekken worden samengevat zonder dat jij dat merkt?
- Wanneer alles wat iemand ziet door een digitaal geheugen kan worden gehaald?
We hebben het dan niet meer alleen over camerawetgeving. We hebben nieuwe sociale omgangsvormen nodig.
Misschien wordt vertrouwen belangrijker dan beeldkwaliteit
De eerste concurrentiestrijd bij slimme brillen lijkt te gaan over batterijduur, camera’s, gewicht en AI functies.
Maar de echte winnaar zou weleens degene kunnen zijn die het beste antwoord heeft op een veel moeilijkere vraag.
Hoe zorg je ervoor dat de mensen rondom de gebruiker het apparaat vertrouwen?
- Misschien moeten zulke apparaten veel duidelijker laten zien wanneer ze opnemen.
- Misschien moeten bepaalde functies automatisch worden uitgeschakeld in specifieke ruimtes.
- Misschien moeten gesprekken standaard lokaal worden verwerkt en onmiddellijk worden verwijderd.
- En misschien ontstaat er een etiquette waarbij je een slimme bril tijdens bepaalde gesprekken simpelweg afzet.
Zoals we inmiddels ook begrijpen dat je tijdens een diner niet voortdurend op je telefoon kijkt.
Technologie heeft niet alleen functies nodig. Technologie heeft gedragscodes nodig.
De smartphone verdwijnt voorlopig niet
Ik verwacht niet dat we over twee jaar massaal zonder telefoon rondlopen. Een groot scherm blijft nuttig voor schrijven, lezen, spreadsheets, websites, video’s en tientallen andere taken.
Maar het is goed denkbaar dat we onze telefoon steeds minder vaak tevoorschijn hoeven halen. Dat is een belangrijk verschil.
Navigatie, vertaling, fotografie, korte berichten, herinneringen, zoeken en gesprekken met AI kunnen langzaam verschuiven naar apparaten die we dragen.
De smartphone blijft dan bestaan, maar wordt vaker de computer in onze broekzak terwijl de daadwerkelijke interface ergens anders zit. In onze oren. Om onze pols. En vooral: voor onze ogen.
Uiteindelijk gaat het helemaal niet over brillen
Dat is misschien wel het interessantste.
De echte ontwikkeling is niet de slimme bril. De ontwikkeling is dat computers langzaam stoppen met apparaten te zijn waarvoor we onze aandacht moeten onderbreken.
- computer
- smartphone
- wearable
- ambient AI
AI komt steeds dichter bij de plek waar het leven daadwerkelijk plaatsvindt. Dat kan enorm praktisch worden. Het kan ook behoorlijk ongemakkelijk worden.
Waarschijnlijk wordt het allebei.
En precies daarom is dit een ontwikkeling om serieus te volgen.
Terug naar vandaag
Tot die tijd moet je het zelf nog even vertellen
Zolang AI niet met je meekijkt, blijft er één stap over: je opent een app en vertelt wat er in je hoofd zit. Dat klinkt als werk, maar het duurt tien minuten en het is precies de stap waar deze site over gaat.